
  

|
Profiel
De studierichting “Hotel” bevat drie componenten: hotel,
keuken (kok) en restaurant (kelner). Toch streven wij
ernaar een zo ruim mogelijke opleiding te geven die de
afgestudeerde moet in staat stellen later op te treden als
verantwoordelijk werknemer of medewerker, maar ook
als zelfstandige.
In de derde graad nemen de praktijkoefeningen, met een
beurtrol aan taken, een vrij grote plaats in. De leerlingen
worden nu opgeleid tot kok in de klassieke keuken en
tot volwaardige zaalbediende voor het “à la carte”-
restaurant.
De leerlingen verwerven vooral inzicht in organisatie
en beheer, in de bedrijfseconomische aspecten, de
grondstoffen, de wijnkennis, de omgangstechnieken
en vakterminologie.
Via het vak ‘toegepaste economie’
kunnen de leerlingen een attest bedrijfsbeheer behalen.
Deze attitudes worden doorheen heel de opleiding, maar
vooral in de derde graad eigen gemaakt.
- Een vlotte taalvaardigheid: bijzondere aandacht
gaat naar de spreekvaardigheid in functie van het
omgaan met klanten, maar ook met het oog op het
leren begrijpen en interpreteren van instructies voor
het gebruik van apparatuur en recepten, organisatie en
beheer;
- leren samenwerken, omgaan met collega’s en klanten;
- dienstbaarheid en hulpvaardigheid;
- inzicht verwerven in de eigen specifieke arbeidsvoorwaarden, deze (h)erkennen en aanvaarden:
werktijden, werkomstandigheden, werkritme,
doorzettingsvermogen, productiviteit;
- de noodzaak inzien van veilig, hygiënisch en efficiënt
werken;
- het esthetische gevoel ontwikkelen met betrekking tot
kleur, smaak, compositie, belangrijk voor bereiding van
gerechten, tafelschikking en inrichting.
|